Zorgboerderij verruimt de blik

Sjef en Marian van de Nieuwelaar raakten door de hulpboeren bedrijfsblindheid kwijt.
Sjef en Marian van de Nieuwelaar in Roosendaal maakten anderhalf jaar geleden een start als zorgboeren. Waar de meeste zorgboeren werken met mensen met een verstandelijke beperking, kozen zij ervoor opvang te bieden aan ex-drank- en -drugsverslaafden.

sjef en marian


Sjef en Marian van de Nieuwelaar kochten zestien jaar geleden een bedrijf in Roosendaal, dat ze in de loop van de tijd flink hebben uitgebouwd. In de jaren dat er niet al veel werd verdiend in de varkenssector besloten Sjef en Marian er iets bij te gaan doen. "Het moest wel een neventak zijn", benadrukt Sjef. "Wij zijn varkenshouders en dat willen we blijven."
In eerste instantie dachten ze erover om rondleidingen op het bedrijf te gaan geven. Ook het fenomeen zorgboerderij passeerde de revue. "Een rnaat van mij startte met een Novafarm. Op zijn bedrijf kwamen, in samenwerking met Novadic-Kentron, ex-drank- en drugsverslaafden werken. Zij volgen een bepaalde therapie en worden op zo'n bedrijf tewerkgesteld. Na een aantal maanden kunnen ze dan weer terug de maatschappij in", legt Sjef uit.
Dit sprak het echtpaar wel aan. Meer dan het werken met mensen met een verstandelijke beperking, ook al ligt die keus misschien meer voor de hand. "Als je varkens hebt van groot tot klein, dan is er altijd wel eentje zielig. Dat is in alle grote groepen zo. Gehandicapten hebben dan de neiging om een hele dag bij dat zielige biggetje te blijven staan. Dat is bij ex-verslaafden anders. Zij kunnen daar beter mee omgaan."

ROND DE BOERDERIJ
Ongeveer een half jaar nadat ze de knoop doorgehakt hadden, kwamen de eerste cliënten, samen met hun begeleidster, op het bedrijf. Het was de bedoeling dat de hulpboeren vooral werk rond de boerderij zouden doen. In de praktijk bleek al gauw dat ze liever mee hielpen met de dieren. "Dat gaven ze zelf aan en nu doen we samen steeds meer in de stallen." Sjef zelf werkt altijd met hen mee. "Als je samen met ze werkt en ze zien dat jij ook de vervelende klusjes doet, dan werkt dat extra motiverend voor hen."
De hulpboeren komen twee dagen. Soms zijn het er twee, soms zijn het er zes. Er is altijd begeleiding bij, ongeacht het aantal cliënten. Als ze 's morgens rond half tien op het bedrijf aankomen, wordt er eerst in de aparte kantine gedoucht. "Wij, varkensboeren, zijn erg hygiënisch. 's Middags, als ze vertrekken, douchen ze weer. Zijn ze lekker opgefrist als ze thuis komen."
De aparte kantine is bewust door de Van Nieuwelaars aangeschaft. "Vanwege het programma mogen de hulpboeren niet in jouw huis komen. Stel dat ze terugvallen in hun oude patroon, is het beter dat ze niet weten wat jij allemaal in jouw huis hebt staan", legt Marian uit. Na het douchen starten ze met het opstrooien van de zeugen en worden de varkens gevoerd. Daarna wordt er gezamenlijk koffie gedronken in de kantine, ongeacht wie er is.
"Als de kinderen thuis zijn, gaan zij ook mee, net zo als de accountant of een vertegenwoordiger. Wie ’s morgens koffie met ons wil drinken doet dat in de kantine.” Na het koffiedinken wordt er in de kraamstal gewerkt, de biggetjes worden geblikt, stallen uitgemest enzovoorts. ’s Middags verplaatst het werkterrein zich naar buiten. Rond half vier zit de werkdag ervoor de hulpboeren weer op.

STRUCTUUR
Structuur is erg belangrijk voor de hulpboeren. “Als ze binnenkomen zijn ze soms nog suf door de medicijnen. Ze hebben geen conditie en moeite met het dag- en nachtritme. Na twee maanden zie je ze helderder worden. Je ziet ze vooruitgaan. Dat geeft een stuk voldoening. Als je merkt dat ze een goede dag hebben gehad, is het goed. Ik wil dat ze met plezier terugkijken op de tijd dat ze hier waren. Verder is een schouderklopje op zijn tijd belangrijk maar niet continu. Zo zit de maatschappij immers ook niet in elkaar en daar moeten ze toch terug naar toe.”
Sjef en Marian hebben nu ook een andere kijk op hun eigen bedrijf gekregen. “Je wordt toch een beetje bedrijfsblind. Nu lopen er meer mensen op het bedrijf, die andere dingen dan jij zien. Dat pak ik wel op, ja. Inmiddels heb ik nu ook meer zorg voor het ‘zielige’ dier, en meer tijd voor het management. Onze bedrijfstechnische resultaten zijn zeker gegroeid dankzij de zorgboerderij. En ik heb wat meer tijd, dat is ook fijn.”

Varkens met neventak
Sjef en Marian van de Nieuwelaar verhuisden zestien jaar geleden van Midden-Brabant naar Roosendaal. Ze moesten wijken voor een nieuwbouwwijk. Het echtpaar kocht in Roosendaal een bestaand bedrijf waar ze 1260 vleesvarkens konden huisvesten. Op het oude bedrijf stonden nog 140 zeugen. Na een jaartje heen en weer pendelen bouwden ze op de nieuwe locatie een stal voor 180 zeugen. In 1997 kochten ze de vleesvarkensstal van de buurman met ruimte voor 800 dieren. Toen de buurman na de MKZ-crisis meedeed met de opkoopregeling kwam er nog een stal voor drachtige zeugen bij. Nu hebben Sjef en Marian 2100 vleesvarkens en 340 zeugen en tweede tak: zorgboerderij.


Contactgegevens

gegevens volgen snel